EXTRA-EDU
10 THEMA'S
9. “Imbeciele werken”

René Magritte, Primevère, 1926
"De toegepaste kunst vermoordt de zuivere kunst ... Veel kunstenaars verspillen het beste van hun tijd aan werk om den brode, putten zich uit in de productie van sierkunstobjecten die op grote schaal zullen worden verkocht. Zulke middelmatige werken bevredigen min of meer de esthetische behoefte van de mensheid, die daardoor haar belangstelling verliest voor de realisaties van zuivere kunst van dezelfde kunstenaars, zodat deze producten onverkoopbaar worden. De kunstenaar moet leven van de vrucht van zijn arbeid."(René Magritte, Ecrits complets, p. 18)
Magritte nam een zeer radicaal standpunt in ten opzichte van de commerciële kunst. Toch heeft hij zelf van 1918 tot het einde van zijn leven "imbeciele werken"gemaakt. De vroegste getuige hiervan is de reclameaffiche voor de bouillon Pot au feu Derbaix (1918). In 1966 ontwierp hij De grote luchtvogel voor de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena. Zoals andere kunstenaars deed ook hij dit om in zijn levensonderhoud te voorzien. In 1921 kon hij aan de slag in de fabriek Peters - Lacroix in Haren (Brussel). Samen met Victor Servranckx ontwierp hij hier decoratieve siermotieven voor behangpapier. Hij bleef er tot in 1924. In die periode treedt er ook een verandering op in zijn manier van werken: hij laat de abstractie voor wat ze is en stapt over op figuratieve ontwerpen. De ontwerpen die hij tussen 1924 en 1926 maakte voor het modehuis Norine sluiten aanvankelijk nog heel erg aan bij de futuristisch - kubistische stijl die hij tussen 1922 en 1925 in de schilderkunst hanteerde. Vervolgens zien we ook in zijn modeontwerpen surrealistische elementen uit zijn geschilderde oeuvre opduiken. In Couture Norine vervangen duikelaars de armen en het hoofd van een mannequin. In Primevère speelt Magritte met het gordijn. In de tweede catalogus die hij voor de Brusselse bontwerker Samuel ontwierp, vertoeven de mannequins in een decor met kegels, paardenbellen en gordijnen.
Op het einde van zijn Parijse periode (1927 - 1930) was de financiële nood groot. Magritte keerde terug naar België en vestigde zich in Jette. Hier kreeg het bedrijfje dat hij samen met zijn broer Paul oprichtte, gestalte: het werd achterin de tuin opgericht en van hieruit werden commerciële werken zoals reclameaffiches, uitstalramen en catalogi ontworpen. Zoals veel van zijn schilderijen kreeg het bedrijfje een naam ontleend aan de literatuur: studio Dongo verwijst naar het hoofdpersonage Fabrice del Dongo uit La Chartreuse de Parme van Stendhal. Magritte richtte zich niet enkel tot kunstliefhebbers maar tot een ruimer publiek en paste zijn stijl aan dit nieuwe publiek aan. In zijn grafische ontwerpen legde hij meer de nadruk op de essentie, nl. het voorstellen van het product. Na WOII wordt de band tussen zijn schilderijen en de commerciële werken weer nauwer aangehaald. Voorbeelden hiervan zijn de ontwerpen die hij in 1946 maakte voor Exciting Perfumes by MEM: boomstammen krijgen luiken waarachter parfumflesjes verschijnen, een reuzeparfumfles bevindt zich op een desolate houten vlakte met enkele duikelaars en een roos als gezelschap. In de jaren 1920 en 1930 ontwierp Magritte ook omslagen voor muziekpartituren voor L'Art Belge en voor Les Editions Modernes. De meeste van deze partituren zijn of met zijn eigen naam of met het pseudoniem "Emair"ondertekend.
M.P.