EXTRA-EDU
10 THEMA'S
5. Mimesis

René Magritte, Het rijk der lichten, 1954
"Circa 1925 besloot ik niet langer de voorwerpen met al hun zichtbare details te schilderen."
Magritte legt zeer sterk de nadruk op de nabootsing van de werkelijkheid door minutieus de uiterlijke aspecten van 'de dingen' weer te geven. In de versie van Het rijk der lichten uit 1954 geschilderd in opdracht van onze musea, zijn wolken, bomen, huis en lantaarn zo nauwkeurig geschilderd dat bezoekers soms denken een foto van een huis bij schemerlicht te zien.
Maar dit meesterwerk van Magritte wil, in tegenstelling tot de rest van zijn œuvre, niet enkel via een ingenieus 'trompe l'oeil' onze zintuigen verwarren. In tegendeel, op bijna perverse wijze gebruikt de kunstenaar de academische middelen van de naturalistische schilderkunst om de Griekse term 'mimesis' nieuw leven in te blazen.
Mimesis betekent 'nabootsing' en sinds Democritus meer bepaald, 'de nabootsing van de werkelijkheid'. De term wordt ook gebruikt door Socrates ten aanzien van de plastische kunsten die de natuur imiteren. Dit concept wordt vervolgens ontwikkeld door Aristoteles die twee soorten mimesis onderscheidt: de eenvoudige nabootsing van de natuur en de stilering van de natuur. Hij maakt bovendien een onderscheid tussen hoe de dingen zijn, hoe we ze denken en hoe ze moeten zijn.

René Magritte, De vanzelfsprekende ontmoetingen, 1945


René Magritte, Koningin Seminaris, 1947


René Magritte, De vrouw van de metser, 1958
In zijn werken gebruikt Magritte telkens weer dit onderscheid en stelt misschien ook een verrijking van het concept voor: de nabootsing van de dingen en hun voorstelling zoals ze zouden kunnen zijn. De titels Het verraad der beelden en Poging tot het onmogelijke vormen de synthese van deze dwingende en bevrijdende manier van denken.
Vanuit dit standpunt bekeken, is het boeiend even stil te staan bij de tekeningen en foto's die Magritte maakte. Voor hem beperken ze zich strikt tot de mechanische weergave van een gegeven situatie. Maar, als voorstudie of verwerking achteraf, kunnen ze ook een verwarrende overeenkomst creëren tussen de dingen zelf en hun geschilderde voorstelling.
In de tekening De vrouw van de metser overschrijdt Magritte echter de slaafse nabootsing van de dingen.
Een hoofd kijkt aandachtig naar een uitvergroot blad. Op zich gezien wordt dit blad dus even belangrijk als het gezicht dat ernaar kijkt. In vooraanzicht getekend wordt dit blad bekeken door een buitenmaats groot en vervormd oog (in profiel): de opengesperde oogleden bevatten een extreem verwijde pupil. Misschien is hier de uitdrukking 'op het oog hebben' van toepassing.
Maar we kunnen het ook interpreteren als een oog dat de schaal aanneemt van wat het bestudeert.
Deze tekening toont ons de ware zienswijze die de kunstenaar met zijn werken beoogt. Op het einde van zijn leven legt Magritte in zijn geschriften de nadruk op het begrip 'overeenkomst' dat hij verbindt met het denken en plaatst tegenover 'gelijkenis' als eenvoudig mimetische weerspiegeling van de dingen. Niet enkel de minutieuze weergave van 'de dingen' is noodzakelijk in de zoektocht naar de waarheid, essentie of geldigheid van de werkelijkheid. Een mens moet kijken met zijn denken, niet enkel met zijn ogen om tot het volle besef van de werkelijkheid te komen. Doordrongen van mysterie ontdubbelt de realiteit zich zo op overrompelend poëtische wijze.
J.P.Th.