EXTRA-EDU
10 THEMA'S
4. De schok

René Magritte, De ontwapende dageraad, 1928
"Het gaat er niet om iemand verbaasd te doen staan, het gaat er om dát men verbaasd is verbaasd te zijn."
René Magritte
Magritte schildert de dingen zó dat ze niet beantwoorden aan het geordende beeld dat we van ze hebben. De toeschouwer verbaast zich omdat hij iets ziet wat hij niet verwachtte. De schok van de verbazing is des te heviger wanneer het om vertrouwde dingen gaat.
Guillaume Apollinaire schrijft in een manifest met de titel L'esprit nouveau' (1917): "De verrassing is het belangrijkste nieuwe artistieke middel (...). Het is niet meer nodig om op ontdekkingsreis te gaan. (...) Men kan starten vanuit een dagelijks voorval: een vallende zakdoek kan voor de dichter de hefboom zijn waarmee een heel universum uit zijn voegen wordt gelicht."
Kunst veroorzaakt altijd een schok. Kunst kan beschouwd worden als het vermogen te verwonderen door de dingen anders te ordenen, nieuwe verbanden te leggen. Wanneer kunst het bewustzijn wil verruimen, maakt ze gebruik van de schok. De schok staat tegenover het geleidelijk opbouwen van kennis. De schok veroorzaakt flitsen van intuïtie die het verstand overvallen en ontregelen. De toeschouwer wordt geconfronteerd met de verandering van een bekende naar een intrigerende situatie. Hij wordt in het ongewisse gebracht over wat hij nu precies ziet.
"Het zien is niet alleen fysiek, het is bedacht" zegt Magritte. We ervaren de dingen nooit op zichzelf maar altijd via ons denken. Het benoemen van de dingen speelt daarin een belangrijke rol. De mens is echter overtuigd van het tegendeel namelijk dat de waarneming ons denken bepaalt. Magritte wil ons confronteren met deze denkfout. Men ziet wat men heeft leren zien. Magritte wil ons bewust maken van de denkgewoonten die de waarneming leiden: een geschilderde pijp is geen pijp. Toch denken we een pijp te zien en zijn we verrast wanneer we lezen én begrijpen dat het inderdaad geen pijp is. Magrittes schilderijen schenden de conventies waarmee wij de dingen plaatsen en zo verengen tot louter gebruiksvoorwerpen. De schok van de verandering maakt die denkgewoonten zichtbaar. Magritte haalt het ding uit zijn vertrouwdheid door het tweemaal te isoleren. Eerst wordt het ding verkozen uit een overvloed van indrukken en geïsoleerd op het schildersvlak. Daardoor wekt de schilder bij de toeschouwer het verlangen om het ding te zien. Het tweede isoleren bestaat eruit het ding weg te halen uit de mentale ordening waarin het door de gewoonte is geplaatst. Deze tweede isolatie brengt het ding terug tot een soort neutraliteit, een onbepaaldheid. Dat is het moment waarop de toeschouwer de wereld opnieuw ziet en zich bewust wordt van zijn ordenende ogen. Voor Magritte is dat het moment van de evocatie van het mysterie.
M.K.