EXTRA-EDU
10 THEMA'S
2. Magritte : hoe en wat

René Magritte, Vrouw te paard, 1922
Hoe schilderen?
In 1916 schrijft Magritte zich in aan de Academie voor Schone Kunsten van Brussel maar hij volgt nauwelijks de lessen. Deze opleiding heeft blijkbaar wel invloed op zijn keuze voor een realistische manier van schilderen.
In 1919 sluit hij vriendschap met de gebroeders Pierre en Victor Bourgeois. Samen werken ze mee aan de creatie en ontwikkeling van meerdere kunsttijdschriften. Ze nemen ook samen deel aan groepstentoonstellingen.
Dankzij Pierre Bourgeois ontdekt Magritte het futurisme. Later zegt hij over de invloed van deze beweging op zijn werk: "Het was voor mij een uitdaging van het gezond verstand dat me oeverloos verveelde".
Pierre-Louis Flouquet, met wie hij in 1920 een atelier deelt, oriënteert hem naar een kubisme dat wordt verzacht door soepele lijnen.
Met Victor Servranckx, die hij leert kennen aan de Academie, realiseert hij kubi-futuristische composities.
Magritte experimenteert er in die periode op los en verscheidene tendensen wekken voor korte tijd zijn geestdrift. Toch is hij niet tevreden over zijn werk. Wanneer hij in 1923 het schilderij Liefdeslied van De Chirico ziet, realiseert hij zich dat het esthetische element voor hem van ondergeschikt belang is en dat de idee primeert. Vanaf 1925 slaat hij deze nieuwe weg in.
Wat schilderen? De eerste surrealistische werken

Giorgio de Chirico, Liefdeslied, 1914 , Moma
In 1923 ontdekt Magritte via een reproductie Liefdeslied (1914) van Giorgio De Chirico (1888-1978). Deze Italiaanse metafysische schilder maakt van de uiterlijke wereld een poëtisch en mysterieus universum. Vertrouwde, alledaagse objecten worden raadselachtig. Stilte en dreigende schaduwen heersen over ruimten waar niets beweegt.
Magritte, die vaststelt dat noch het kubisme, het futurisme of de abstracte kunst hem in staat stelden "de realiteit van de wereld over te brengen", is ondersteboven van dit werk.
Hij beschouwt De Chirico als "de grootste schilder van onze tijd, wiens werk de invloed van de poëzie op de schilderkunst en de diverse manieren van schilderen toont".
Magritte zegt ook dat De Chirico de eerste was die "droomde over wat geschilderd moet worden en niet over hoe men moet schilderen". Deze ontdekking vormt de start van zijn surrealistisch onderzoek.
De verdwaalde jockey, een doek uit 1926, wordt beschouwd als zijn eerste 'surrealistische ' werk. De voorstelling van het object wordt vanaf nu zijn centrale uitgangspunt. Het schilderij zelf is verloren gegaan, maar bepaalde aspecten ervan duiken op in latere versies.
Zwarte of macabere periode (1925-1930)

René Magritte, De man van de wijde zee, 1927
Gedurende deze periode schildert Magritte taferelen met een dreigende, zelfs macabere sfeer. Duistere landschappen, rode of grijze draperingen, gesloten ruimten vormen het decor voor vreemde voorwerpen en personages. In deze somber gekleurde decors toont Magritte alledaagse voorwerpen op een onverwachte en theatrale manier.
De talrijke werken uit deze periode zijn minutieus geschilderd en dompelen ons onder in een geheimzinnig en betoverend universum. Magritte maakt op poëtische wijze van zijn schilderijen 'zichtbare denkbeelden '.
Parijse periode (1927-1930)

René Magritte, De boom van de kennis, 1929
Eind 1927 vestigen René en Georgette Magritte zich in Frankrijk, nabij Parijs. In die periode schildert Magritte zeer veel. Hij onderbreekt zijn werk enkel om vergaderingen van de surrealisten bij te wonen. Sinds 1928 was hij lid van deze groep waar hij kennismaakte met kunstenaars als Miró, Arp en later ook Dalí.
Magritte realiseert meer dan 100 doeken en produceert talrijke collages en woordschilderijen, waarvan het eerste dateert uit oktober 1927.
Ondanks hun vriendschap met onder meer het echtpaar Goemans en Paul en Gala Eluard, valt Frankrijk niet echt in de smaak bij René en Georgette Magritte. In juli 1930 keren ze terug naar Brussel.
'Zonnige' periode (1943-1947)

René Magritte, De oogst, 1943
Gedurende vier jaar verandert René Magritte radicaal van stijl. Zijn ernstige en eerder sombere kunst maakt plaats voor een lichter palet en zachtere lijnen. Ook de onderwerpen worden lichtvoetiger: bloemenruikers, de zon, zeemeerminnen, vrouwen en bloeiende landschappen evoceren plezier en optimisme.
Magritte reageert zo op de druk van de bezetting tijdens de oorlog. Hij zoekt een middel om schilderijen te maken waarin "de zonnige kant van het leven tot uitdrukking komt en hoopt op die manier zijn schilderkunst een nieuwe impuls te geven: "mijn schilderijen stralen nu een krachtige charme uit die de onrustwekkende poëzie van vroeger vervangt. Kortom, het plezier doet een hele reeks beslommeringen verdwijnen waar ik steeds minder mee wil te maken hebben".
De techniek van de impressionisten inspireert hem. Hij imiteert hun luchtige, levendige en kleurrijke toets. Magritte tracht het heersende pessimisme te verdrijven met 'zonnige' poëzie.
Deze 'zonnige' periode roept echter heel wat tegenstand op en wordt niet op prijs gesteld door zijn vriendenkring. De verhoopte aanmoediging blijft uit. Ondanks meerdere pogingen geeft Magritte de 'zonnige' impressionistische stijl op.
Periode 'vache' (1948)

René Magritte, De misdaad van de paus, 1948
In 1948 krijgt Magritte, die al exposeerde in Londen en New York, voor het eerst een solotentoonstelling in Parijs, in de Galerie du Faubourg. Voor hem was dit de gedroomde gelegenheid om zich te wreken op de Parijzenaars en hun stad "die iedereen negeert die buiten haar muren leeft! "
Met de medewerking van zijn vriend Scutenaire, die het voorwoord van de catalogus schrijft, besluit hij 'een grote slag te slaan' en een schandaaltentoonstelling te maken, zonder enige hypocrisie.
Magritte laat zich inspireren door karikaturen, stripverhalen en het werk van andere kunstenaars en realiseert in amper enkele weken tijd vijftien schilderijen en tien gouaches.
De werken zijn snel en wild geschilderd met schreeuwerige, druipende kleuren en tonen ironische of vulgaire onderwerpen. Dat is, in enkele woorden, de nieuwe stijl die de kunstenaar de Parijzenaars voorstelt.
Magritte noemt dit zijn 'période vache' (boertige of ploertige periode) en parodieert daarmee het woord 'fauve', de naam van de Franse kunststroming die in 1905 in Parijs ontstond.
Les 'pieds dans le plat' (Ongezouten), de titel van het voorwoord, zet al dadelijk de toon. Scutenaire schrijft in een plat Bargoens. Humor, agressiviteit en vulgair woordgebruik sluiten aan bij de tentoongestelde werken.
Bij de opening in mei 1948 heerst volslagen onbegrip. De kritiek is scherp, het publiek is geschokt en ook de vrienden tonen weinig enthousiasme. Geen enkel werk wordt verkocht. Commentaren als "Dat moet Belgische humor zijn!", "Het is minder diepzinnig dan vroeger" of "Dit is duidelijk niet 'parisien'" zijn legio.
Magritte is ontgoocheld en capituleert. Ook al verklaart hij dit soort aanpak en experiment te willen verderzetten, keert hij toch terug naar zijn vroegere stijl.
Terugkeer naar de vroegere werkwijze en replica's (1948- 1967)

René Magritte, Het rijk der lichten, 1954
René Magritte, Het rijk der lichten, 1961
Na het 'impressionistische' experiment en de 'période vache' keert Magritte terug naar de kern van zijn belangstelling: de poëzie en het mysterie dat in alles verborgen zit.
Zijn picturale woordenschat verrijkt zich maar behoudt zijn poëtische dimensie.
Magritte moet nochtans rekening houden met commerciële eisen; hij herneemt daarom bepaalde thema's die succes hadden. Vandaar dat van sommige werken meerdere varianten bestaan waarop hij bepaalde 'methodes ' toepast: wijziging van formaat, van kadrering, van kleurnuances, van details of van techniek zoals het gebruik van gouache.
Magritte maakt nooit een identieke kopie en is van mening dat elke variatie een uitdieping is van het initiële poëtische idee; toch vindt hij deze manier van werken vermoeiend.
J.S.