EXTRA-EDU
10 THEMA'S
1. De surrealistische revolutie

Omslag van Qu'est-ce-que le surréalisme van André Breton, 1934, René Henriquez Uitgever, Brussel, 1934
Periode en uitstraling:
Het surrealisme is een literaire en artistieke beweging die ontstond in 1924.
De term 'surrealisme' en niet 'surnaturalisme' werd in 1917 bedacht door Guillaume Apollinaire naar aanleiding van de decors die Picasso ontwierp voor het ballet 'Parade'. Apollinaire beschreef ze als "geboren uit een nieuwe geest die belooft de kunst en zeden radicaal te veranderen".
Aanvankelijk literair wordt het surrealisme snel een multidisciplinaire beweging die zich beroept op alle mogelijke media van die tijd zoals de poëzie, het theater, de schilderkunst, de fotografie en de film. Ontstaan in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog ging het gepaard met een invraagstelling van alle morele, politieke en esthetische waarden. De internationale uitstraling kwam er vooral in de jaren '20 en '30. Door de opkomst van het fascisme en het uitzwermen van de verdedigers van het surrealisme kende het een langzame transformatie en werd na 1945 het vertrekpunt van bewegingen als 'Cobra' in Europa en de 'Action Painting' in de Verenigde Staten.
Definitie van het surrealisme:
André Breton, schrijver en leider van de groep omschrijft de nieuwe beweging in zijn Eerste manifest van het Surrealisme in 1924 als volgt:
Zuiver psychisch automatisme waardoor men mondeling of schriftelijk of op welke wijze dan ook het werkelijke verloop van het denken probeert uit te drukken. Denkdictaat zonder enige controle door het verstand, voorbij elke esthetische of ethische overweging.
Encyclopedie. Filosofie. Het surrealisme berust op het geloof in de hogere werkelijkheid van bepaalde, tot nu toe verwaarloosde vormen van associatie, in de almacht van de droom, in het niet doelgebonden spel van het denken. Het beoogt de definitieve vernietiging van alle psychische mechanismen en wil voor de oplossing van de voornaamste levensvragen hun plaats innemen."
Met dit psychische automatisme wordt reeds in 1919 geëxperimenteerd: in Les Champs Magnétiques zetten Breton en Philippe Soupault hun spontane gedachten om in een automatisch schrift terwijl ze een innerlijke stem volgen.
Deze vrijheidskreet stelt de poëtische taal en de klassieke esthetica in vraag en maakt, in tegenstelling tot een meer klassieke vorm van schrijven, een nieuwe relatie met de werkelijkheid mogelijk.
Het loskoppelen van woorden - en later van beelden - van een bekrompen utilitarisme en van een cartesiaans wetenschappelijke definitie vormt het model voor een algemeen provocerende houding tegenover bevelen, zeden en goede smaak van de burgerlijke samenleving. 'Poëzie, Liefde, Vrijheid' worden de sleutelwoorden van een bevrijdingsdenken.
Het surrealistische ideaal:
De surrealisten willen aan de kunst en het leven een overrompelende poëtische betekenis geven door het onderzoeken van de droom, het toeval, het onbewuste, het verlangen, het irrationele, het mysterie. Ze verlenen het verlangen een enorme macht en ontdekken schoonheid buiten de stereotiepe patronen
De kunst moet het onzichtbare zichtbaar maken, de dichtkunst moet het onzegbare zeggen.
De voorlopers:
Het surrealisme ontstaat uit de resten van dada, een provocerende, kosmopolitische beweging die de verdediger wordt van anarchie en vernietiging van alle religieuze, politieke en artistieke waarden. Ontstaan te Zurich in 1916 drukt het spottend zijn diepe afkeer uit voor de bestaande wereld. Dada is essentieel destructief. Veel Dada schrijvers en kunstenaars zoals Tzara, Arp en Breton vinden in het surrealisme een nieuwe mogelijkheid om hun creatieve krachten via de poëzie te bevrijden.
Het surrealisme vindt eveneens inspiratie bij de magische 'primitieve' kunsten, bij de tekeningen van geesteszieken en bij schilders zoals Bosch en Ensor. De literatuur vormt een andere grote inspiratiebron. De fantastische wereld van de Duitse romanticus E.T.A. Hoffmann, het symbolisme van Mallarmé, de geschriften van Lautréamont en de verhalen van Edgar Allan Poe openen de deur naar een wereld waarin werkelijkheid en verbeelding elkaar raken. Maar het zijn vooral de psychoanalyse en de droominterpretaties van Sigmund Freud die de surrealisten ertoe aanzetten zich te richten op het onderbewuste, het onbewuste en de 'diepe verstandhouding' tussen de mens en de dingen.
Steunend op de definitie van schoonheid van Lautréamont in De gezangen van Maldoror "Mooi zoals de toevallige ontmoeting tussen een naaimachine en een paraplu op een ontleedtafel ontdekken de surrealisten dat een boeiend beeld kan ontstaan door de (al dan niet toevallige) ontmoeting van twee niet verwante elementen (zie schok).
Het is de metafysische schilderkunst van Giorgio de Chirico waarin een universum vol vreemde ontmoetingen ontstaat, die de surrealisten confronteert met een mysterieuze werkelijkheid. De poëzie heeft dus duidelijk invloed op de schilderkunst.
Politiek engagement (zie communisme):
Omdat de surrealisten zowel de wereld (Marx) als het leven (Rimbaud) willen veranderen, neigt hun politiek engagement sterk naar links en richting communistische partij.
Bepaalde gebeurtenissen in de USSR zullen een diepe kloof binnen de groep creëren.
Surrealistische technieken

E.L.T. Mesens, De gebroken arm. Collage met een hand, 1955


Max Ernst, Het hemelheir, 1925-1926


Marcel Marïen, Volkomen drieklank, 1977


Magritte - Scutenaire - Hamoir - Nougé, Cadavre exquis, 1934
Het surrealisme is geen kunstvorm of stijl. Haar uitdrukkingsvormen volgen het temperament en de verbeelding van elke individuele kunstenaar.
Om deze nieuwe relatie tot de werkelijkheid te onderhouden, ontwikkelen de surrealisten nieuwe technieken.
De collage: techniek die erin bestaat materialen van diverse oorsprong (boekillustraties, teksten en beelden uit woordenboeken, textiel, karton, draden) op een drager samen te kleven om zo tot de verborgen waarheid achter de dingen te komen.
De frottage: equivalent in de schilderkunst van het automatische schrift. Deze techniek, ontdekt door Max Ernst in 1925, bestaat uit het wrijven van een potlood over een oppervlak van papier of stof dat op een ruw voorwerp ligt. Zo wordt bijvoorbeeld de nerf van een houten ondergrond zichtbaar.
De grattage: uitgevonden door Max Ernst in 1927 bestaat uit het wegkrabben met een scheermes van verschillende verflagen waardoor nieuwe vormen ontstaan.
De creatie van surrealistische voorwerpen: dagelijkse voorwerpen ondergaan een metamorfose waardoor een nieuwe onbekende werkelijkheid ontstaat.
Het 'cadavre exquis': spel waarbij meerdere deelnemers een zin of tekening maken zonder dat iemand de bijdrage van de vorige speler kan zien. Zo ontstaan de meest verrassende composities.
Fotografische rayografieën: Man Ray ontwikkelt in 1921 zijn eerste rayografieën door eenvoudigweg een voorwerp tussen het lichtgevoelige fotopapier en de lichtbron te plaatsen.
Het surrealisme in België:
Vanaf 1926 integreren de Belgische surrealisten de principes van hun Franse collega's. Magritte en zijn vrienden, vooral schrijvers zoals Goemans, Nougé, Mesens en later Scutenaire, laten zich eveneens leiden door de kracht van het subversieve. Reeds in 1923, onder invloed van een schilderij van De Chirico, verlaat Magritte de abstracte schilderkunst: "De vorm boeit me niet, ik schilder ideeën". In 1927 sluiten Magritte en Goemans aan bij de Franse groep in Parijs maar na een discussie met Breton in 1930, keert Magritte terug naar België. Het Belgische surrealisme onderscheidt zich ontegenzeglijk van Bretons opvattingen over het beeld. Het beeld is niet het resultaat van een automatisme, noch de vrucht van het toeval maar het product van een langdurige reflectie. Het verband tussen het reële object, de afbeelding en de nominatieve aanduiding (zie woord en beeld) wordt de kern van de Magrittes surrealistische revolutie.
R.M.