EXTRA-EDU
10 CITATEN
10 citaten
1
Het surrealisme is geen vorm van poëzie. Het is een schreeuw van de geest, in zichzelf gekeerd, die wanhopig beslist alle obstakels, indien nodig, met hardhandige hamers aan diggelen te slaan.
Antonin Artaud, Déclaration du bureau des recherches surréalistes, 27 januari 1925
2
Een door de zon verlicht landschap doet de donkere nacht beter uitkomen.
René Magritte in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van Belgïe, Gent, Ludion, 2005
3
Men heeft al te vaak de gewoonte om, door een spel van het denken, het vreemde terug te voeren op het vertrouwde. Ik span me in om het vertrouwde terug te brengen naar het vreemde.
Interview met Lucienne Plisnier, in Elle, Brussel, nr. 736, 14 januari 1960, p. 12
4
Het is het mysterie dat de kennis verheldert.
René Magritte, De onwetende fee hernomen in : Les Mots et les images, Brussel, Labor, 1994, p. 140
5
"Blijf daar niet alleen staan kwebbelen", zegt Humpty Dumpty terwijl hij haar voor het eerst aankijkt; "zeg me hoe je heet en wat je hier komt doen".
“Mijn naam is Alice, maar …”
“Wat een domme naam! antwoordt Humpty Dumpty scherp. “Wat betekent die?” "Moet een naam iets betekenen?" vraagt Alice aarzelend.
“Natuurlijk” antwoordt Humpty Dumpty met een korte lach. “Mijn naam betekent iets: hij verwijst naar de vorm die ik heb, en het is bovendien een erg aantrekkelijke vorm. Maar met een naam als de jouwe kan je om het even welke vorm hebben.”
Lewis Caroll, Through the Looking Glass,

Lewis Carroll, Achter de spiegel en wat Alice daar aantrof, 1872
6
De afficheontwerper brengt zelf geen boodschap, hij brengt ze over, men vraagt hem niet naar zijn mening, men vraagt hem gewoon om een heldere, omlijnde, duidelijke mededeling tot stand te brengen.
A. Mouron (alias Cassandre), citaat uit Trois siècles d’affiches françaises, Parijs, Musée de l’Affiche, 1978
7
De mens lijdt zo erg dat hij de lach moest uitvinden.
Friedrich Nietzsche.
8
De titels moeten een supplementaire bescherming bieden, waardoor elke poging verijdeld wordt om de poëzie te reduceren tot een zinloos spel.
René Magritte, La Ligne de Vie, in René Magritte (tentoonstellingscatalogus), Ludion, Gent, 1998, p. 47
9
Dames, Heren, kameraden,
De oude vraag ‘Wie zijn wij?’ krijgt een ontgoochelend antwoord in de wereld waarin wij moeten leven. Wij zijn immers maar de bewoners van die zogenaamd beschaafde wereld, waarin verstand, laagheid, heroïsme, domheid goed samengaan en helemaal actueel zijn. Wij zijn de bewoners van die onsamenhangende en absurde wereld waar wapens worden gemaakt om de oorlog te verhinderen, waar de wetenschap erop gericht is te vernielen, te doden, te bouwen, het leven van stervenden te verlengen, waar de waanzinnigste activiteit averechts werkt. Wij leven in een wereld waar getrouwd wordt om het geld, waar paleizen gebouwd worden die onbewoond staan te vervallen bij de zee. En die wereld blijft zo goed en zo kwaad mogelijk overeind; maar zien wij de tekenen van haar toekomstige ondergang niet reeds oplichten in de nacht? (…) Andere mensen, waartoe ik mezelf met fierheid reken, ondanks het utopische denken dat hen wordt aangewreven, verlangen bewust naar de proletarische revolutie die de wereld zal veranderen; en wij streven naar dat doel, elk met de middelen waarover hij beschikt.

René Magritte, La Ligne de Vie, in René Magritte (tentoonstellingscatalogus), Ludion, Gent, 1998, p. 44
10
Indien ik slechts een fotoapparaat was, zou het mysterie niet worden opgeroepen.
René Magritte, interview door Jean Neyens, 1965, in Les Mots et les images, Labor, Brussel, 1994, p. 194